De gemiddelde dierenbezitter gaat niet met een gezond dier naar de dierenarts. En soms is dat jammer. Nierproblemen zijn een goed voorbeeld van zo’n ‘jammer geval’ want de meeste dieren vertonen pas symptomen van nierfalen als deze al voor 70% zijn aangetast. Het is onmogelijk om nierproblemen te bestrijden, wel is het mogelijk om deze met medicatie en aangepaste voeding dragelijk te houden voor het dier. De reguliere behandeling van nierproblemen beperkt zich voornamelijk tot een symptomatische aanpak. De prognose van nierfalen blijft echter sterk afhankelijk van het tijdstip waarop het wordt ontdekt. Suppletie van een aantal natuurlijke (voedings)stoffen kan de kans op het ontstaan van nierproblemen verminderen, maar ook in het geval van bestaande nierproblemen verder verval helpen tegen te gaan. Hoe, dat leest u hieronder.
De symptomen van nierproblemen zijn divers. Over het algemeen wordt waargenomen dat dieren minder gaan eten, hierdoor vaak behoorlijk afvallen, veel drinken en hierdoor veel plassen (pu/pd). Vaak wordt de vacht dof, ziet een dier er minder fit uit en in sommige gevallen braakt een dier regelmatig.
Therapie bij nierproblemen
De nieren zijn de zuiveringsinstallatie van het bloed. Ongeveer een miljoen nefronen filteren het bloed en scheiden afvalstoffen uit via de urine. Het membraan van deze nefronen kan beschadigd raken, bijvoorbeeld door een te hoge bloeddruk, waardoor er stoffen worden uitgescheiden aan de urine die eigenlijk niet uitgescheiden mogen worden, eiwitten zijn hier het belangrijkste voorbeeld van. Zoals eerder gezegd gaan dieren met nierproblemen pas symptomen vertonen als deze nefronen al voor zo’n 70% zijn aangetast, dan is er al geen weg meer terug. Doordat de afvoer van afvalstoffen niet meer goed verloopt kunnen deze zich ophopen in het lichaam, denk hierbij aan fosfor en ureum. Ook kan de vochtbalans in het lichaam, welke geregeld wordt door de nieren, door nierfalen verstoord raken waardoor een dier uitdrogingsverschijnselen laat zien.
Het belangrijkste doel van therapie is om de nieren zoveel mogelijk te ontlasten door de voeding aan te passen, het eiwitverlies via de nieren tegen te gaan en de afvoer van fosfaat te versnellen cq de opname van fosfaat te beperken. Hiertoe wordt het percentage eiwit en fosfor (veelal uit granen) in de voeding verlaagd maar nog veel belangrijker wordt er gebruik gemaakt van kwalitatief hoogwaardige, goed opneembare eiwitten om de vorming van afvalstoffen te voorkomen. Ook wordt vaak een poeder door het eten gegeven om de opname van fosfaat te beperken. Bloeddrukverlagende medicatie kan de druk op de nieren verminderen waardoor de conditie hiervan minder snel achteruit gaat.
Lees
hier meer over Puur Nier